Mount St. Helens barstte 40 jaar geleden uit.

18-05-2020

De uitbarsting van Mount St. Helens was de culminatie van een langere periode van vulkanische onrust. We doorlopen de gebeurtenissen die, precies 40 jaar geleden, voorgingen aan een van de grootste uitbarstingen in de geschiedenis van de Verenigde Staten.  

Tekst: Kathelijne Bonne

De vroege ochtend van zondag 18 mei 1980 was er een zoals alle andere aan de westkust. Maar rust is een relatief begrip in gebieden die op de grens tussen twee tektonische platen liggen. De bodem van de Stille Oceaan schuift daar langzaam maar zeker onder het Noord-Amerikaanse continent. Dat uit zich in aardbevingen en ook vulkaanuitbarstingen. Mount St-Helens ligt samen met Mount Baker en Mount Rainier in een slinger van vulkanen die langsheen de volledige westkant van het Amerikaanse continent loopt. 

Mount St. Helens in 1982. De zwarte stroom is een lahar, een modderstroom. (foto: Tom Casadevall, USGS)
Mount St. Helens in 1982. De zwarte stroom is een lahar, een modderstroom. (foto: Tom Casadevall, USGS)

Verhoogde onrust

Mount St-Helens vertoonde al maanden voor die fatale zondag tekenen van verhoogde onrust. Van 15 tot 21 maart datzelfde jaar registreerden de seismografen meer dan 100 aardbevingen en stoomwolken ontsnapten uit de krater. Het gerommel bleef voortduren, er waren sneeuwlawines en er ontstonden scheuren in de bergflank. 

Na enkele sterkere aardbevingen vroeg de US Geological Survey de mensen weg te blijven uit de omgeving van de vulkaan en van Spirit Lake dat in de buurt ligt. De noordflank begon op te bollen en er ontstond een uitstulping. Dat was een teken dat de vulkaan zich met magma vulde. Aswolken rezen tot twee tot drie kilometer hoog. De onderzochte neergedwarrelde as was niet afkomstig van 'vers' magma, maar van verdampt ouder gesteente van de vulkaan. Een teken dat het magma misschien toch nog redelijk diep zat. Maar toch waren de vulkanologen er niet gerust in. 

Noodtoestand

De berg werd steeds onrustiger. Aardschokken werden heftiger en volgden elkaar steeds sneller op. Er waren gasexplosies door grondwater dat met heet gesteente in contact kwam. 

Op 3 april werd de noodtoestand afgekondigd. Het gebied werd afgekondigd als rode zone en wie er wel nog rondhing zonder pasje kreeg een boete van 500 dollar of zes maand gevangenisstraf. De uitstulping op de berg was 90 meter 'dik' en bolde nog meer op, terwijl het gebied van de top erachter omlaag zakte. 

Geologen zagen in dat de uitpuilende flank wel eens instabiel zou kunnen worden en kon wegglijden. Dan zou het magma dat eronder zit ook vrijkomen. Maar niemand kon voorspellen wanneer dat ging gebeuren. Men kon alleen maar wachten. Begin mei werd het gerommel weer heviger.  

Stilte voor de storm

En toen, op 15 mei, viel alles stil. Er gebeurde niet veel meer en de aandacht die de vulkaan de laatste weken had gekregen, verslapte. Nerveuze eigenaars van vastgoed mochten op 17 mei naar hun eigendommen terugkeren om spullen op te halen. Ze kregen ook een toelating voor de dag erna. 

De ochtend van 18 mei zag de vulkaan er hetzelfde uit als de dag ervoor. Een geoloog die vanop 10 kilometer afstand waarnemingen deed, zag niets ongewoons ten opzichte van de vorige dagen en weken. 

Noordflank zakt weg

Toen, om 8u32, vond er een aardbeving plaats van 5,1 op de schaal van Richter, vlak onder de uitstulping. Enkele seconden gebeurde er niets, maar dan kwam de volledige noordflank van de vulkaan in beweging. 

De grootste aardverschuiving ooit door de mens waargenomen, verplaatste zich aan een snelheid van 175 tot 250 km per uur in de richting van Spirit Lake. De wegschuivende massa volgde een riviervallei over een afstand van 20 km. 

Zijwaartse explosie

Het magma eronder kwam explosief vrij in een gigantische, zijwaartse uitbarsting, een zogenaamde lateral blast. De explosiviteit is te wijten aan de gassen die onder hoge druk in de magma zaten. Vergelijk het met een fles bruiswater die je eerst schudt en daarna opent. 

De gassen en het verpulverde vulkanische materiaal vormden een gloedwolk, of pyroklastische stroom die aan enorme snelheid de flanken afdaalde. Alle bossen in de omgeving werden vernield. Boomstammen bleven nog tientallen jaren later drijven op Spirit Lake, dat er uiteraard volledig anders uitzag na de grote landverschuiving. 

Het water van de rivier en een deel van het meer verdampte in een grote knal en gesis, een geluid dat tot in Canada te horen was.

De kaalslagzone

Het verwoeste gebied werd in drie ringen opgedeeld. In de directe omgeving spreekt men van de kaalslagzone. De griezelige term zegt genoeg. De Engelse term is direct bast zone. Alles was letterlijk weggeblazen. Daarrond, iets verder, spreekt men van de gekanaliseerde explosiezone. Bomen lagen plat en parallel aan elkaar, waardoor je kon zien vanwaar de blast kwam. De buitenste ring is de verschroeide zone (searing of standing dead zone). Bomen stonden wel recht maar waren verschroeid. 

57 mensen vonden de dood. Onder hen waren enkele geologen, fotografen en huiseigenaars. Tragisch genoeg kon fotograaf Robert Landsburg zijn camera met zijn lichaam beschermen. Hij stierf, maar het filmrolletje kwam ongeschonden uit zijn camera. 

De kaalslagzone in de buurt van Mount St. Helens. Foto: USGS.
De kaalslagzone in de buurt van Mount St. Helens. Foto: USGS.

Gesmolten gletsjerwater

Tien minuten na de lateral blast, rees uit de krater een askolom van meer dan 20 kilometer hoogte. Tien uur lang bleef Mt St-Helens vulkanisch materiaal spuwen, in de vorm van as en brokstukken. Bliksemschichten in de aswolk zorgden voor nog meer spektakel. En nieuwe landverschuivingen, van een mengeling van as, lava en modder schoven van de hellingen. Door gesmolten gletsjerwater ontstonden supergevaarlijke lahars, of modderstromen, die de riviervalleien doorjoegen. 

De fijnste as bleef in de atmosfeer hangen en dreef op de wind naar het oosten. In de uren die volgden op de uitbarsting werd de as in steeds verder verwijderde gebieden gemeld. In Yellowstone, daarna in Colorado en Minnesota, en daarna cirkelde de as om de aarde. 

Nasleep

De uitbarsting van Mount St-Helens was de meest verwoestende uit de recente geschiedenis van de Verenigde Staten. Buiten de overleden mensen, waren enorme oppervlakten aan bos vernield, elanden en herten gedood, en ook meer dan tien miljoen zalmen in de rivieren rond de berg, stierven. Wegen, bruggen en akkerland waren verwoest, en ook het luchtverkeer was ontregeld. De as opruimen was een enorme klus die wekenlang duurde. 

En Mount St-Helens zelf? Die zag er totaal anders uit, lager, en met een grote hoefijzervormige krater. De top was letterlijk weggeblazen. De vulkaan bleef actief en er vonden sindsdien verschillende kleinere uitbarstingen plaats. Intussen zit er in de grote krater, een nieuw, klein bergje. 

Het doet er ons nog maar eens aan denken dat de natuur steeds het laatste woord heeft.

De aswolk van Mount St. Helens. De zwarte stromen bestaan uit een mengsel van as en modder. (USGS)
De aswolk van Mount St. Helens. De zwarte stromen bestaan uit een mengsel van as en modder. (USGS)

Bron van dit artikel:

Francis, P., and Oppenheimer, C. (1993) Volcanoes. Oxford University Press. 521 p.